15e editie, zondag 10 december 2017
van 14.00 tot 20.00 uur

dickensnight-facebook-afbeelding-v2

logo dickensnight mobiel
15e editie, zondag 10 december 2017 van 14.00 tot 20.00 uur

 

Dickensnight 2016, de veertiende editie. Een topdag die voor de eerste keer begon met de Dickensparade.

Klokslag 14.00 komt de stoet in beweging, Op kop de rouwstoet met de wenende familie, voorafgegaan door de grote trom, waarop met een zware en sombere slag de weg vrij gemaakt wordt voor de lange stoet van alle entertainment en vrijwilligers die in groten getale aanwezig zijn.

De bezoekers zijn onder de indruk over het aantal mensen dat er meewerkt aan de Dickensnight. En ja.. ik kan niet voorkomen dat ik een traantje moet wegpinken van emotie.

Alleen Ebenezer Scrooge, die vindt het allemaal maar niks. Hij spuit zijn ontevredenheid naar de toeschouwers over wat een verspilling die kerst allemaal is, ….de vrek. “Wat kan ik anders zijn dan een vrek, als ik leef in zo’n wereld van gekken” roept hij met hoog opgetrokken wenkbrauwen. Terwijl zijn ogen hierdoor bijna dubbel zo groot worden kan er nog net een “Merry Christmas” af, maar of hij het meent!

De wasvrouwen lopen met volle manden met vuile kleding. Uit het gekwebbel onderling kun je al snel opmaken dat ze het druk hebben om alles op tijd schoon te krijgen. Manlief en de kinderen moeten er tenslotte weer netjes bijlopen. Maar ondertussen struinen diezelfde kinderen als schoffies over straat en staan ze er echt niet bij stil dat ze smerig worden. Op jacht naar wat extra eten achtervolgen ze de groenteboer met zijn kar en stelen zijn appels en ook het brood van de bakker op zijn fiets is niet veilig. Opgejaagd door de hand der wet maken de schoffies zich uit de voeten en verdwijnen ze in de grote mensenmassa, waarbij ze nog even een geldbuidel rollen uit de zakken van de gedistingeerde heren van de Dickens Family.

Met hun chic geklede dames aan hun zijde paraderen ze over de straten van Brandevoort. Ze blijven even stil staan bij de diversen koren die hun kerstklanken ten gehore brengen aan het publiek. Maar al vlug maken ook zij zich uit de voeten als ze worden aangesproken door de dames van lichte zeden.  Schaars gekleed en met hun onkuisheid proberen ze de mannen te verleiden om met hen mee te gaan. “Voor een paar pennies brengen wij u in de zevende hemel heer” riepen ze. Ze hadden niet altijd succes, zeker niet bij de heren die net gerold waren door de schoffies. En voor die hen die nog wel in het bezit zijn van hun geldbuidel….zij kijken blozend van schaamte hun dame aan en vervolgen snel hun weg. Om hun goedheid te tonen gooien ze snel een paar pennies in het bakje van een zwerver.

Met zijn geldbakje in de ene hand en een fles, verpakt in een papieren zak, in de andere hand smeekt de zwerver om een aalmoes. Hij lacht als de pennies in het bakje vallen. Overigens niet zo’n prettige aanblik met de half weggerotte tanden en pukkels op zijn gezicht. Het is het “uitschot” van de maatschappij dat geen uitzicht meer heeft op betere tijden.

Als het bakje voldoende vol zit begeeft hij zich naar de dichtstbijzijnde winkel om zijn “papieren zak” weer te laten vullen. Moeizaam keert hij terug naar zijn stekkie. Zijn dag is voorbij en hij valt op een bankje in slaap, slechts gekleed in een schamele jas en zich afdekkend met een op straat gevonden stuk karton. De avond valt en hij krijgt het koud.

Maar niet zo koud als het meisje met het zwavelstokje het zal krijgen. Ze zwerft op haar blote voeten door de straten, haar schoenen is ze kwijtgeraakt. Alle mensen doen inkopen of zitten gezellig met zijn allen thuis in de warmte van het haardvuur. Ze moet echter buiten zwavelstokjes zien te verkopen, maar niemand wil er een. Ze durft niet naar huis te gaan zolang ze nog niet alle stokjes verkocht heeft. Ze krijgt het ten slotte zo koud dat ze besluit zelf een stokje op te steken. Plotseling lijkt het of ze in een lekker warm huis zit, aan tafel in een leuk gezin maar al snel dooft haar zwavelstokje en wordt het weer koud en zit ze weer op straat. Vol hoop zie ik haar nog een stokje opsteken, zodat ze het weer even warm krijgt. Het meisje blijft maar stokjes opsteken. Als ze het laatste stokje gebruikt, ziet ze boven in de lucht ineens haar overleden grootmoeder. Even later dooft haar laatste stokje, waarop het meisje meegaat met haar grootmoeder. De volgende dag wordt ze op straat gevonden, blauw en doodgevroren maar met een glimlach om haar mond.

Zelf krijg ik het nu ook koud. Ik ga naar beneden, naar de warme soep. Terugdenkend aan een topdag en aan een topprestatie van alle vrijwilligers die deze dag gemaakt hebben tot een ongekend succes. Zo zie je maar wat je door samenwerking tussen bewoners van een wijk kunt neer zetten.

Nu even een paar maandjes rust voor de commissieleden en dan…op naar het de vijftiende Dickens en het derde lustrum 

button-vriend-van-dickensnight